Onder de kop "Satoshi’s fortuin" gaat de redenering economisch de mist in. Een van de grote genoemde voordelen van Bitcoin is dat de inflatie wiskundig vastligt in het algoritme en dat er dus geen centrale autoriteit is die je geld kan devalueren voor eigen politiek gewin (of, daaraan gerelateerd, spaargeld kan afromen om banken te redden).
Satoshi is echter de facto de centrale autoriteit, simpelweg op basis van marktmacht. Om Satoshi's fortuin te incasseren, zal hij zijn enorme hoeveelheid geld in omloop moeten brengen, d.w.z. iets kopen, hetzij andere valuta hetzij goederen. Waarschijnlijk lukt dat inderdaad maar deels, doordat de prijzen uitgedrukt in Bitcoins zullen exploderen. Dit is net zo goed van toepassing als hij goederen koopt, zoals de auteur voorstelt. In alle gevallen versterkt elke nieuw in omloop gebrachte Bitcoin de inflatie; dit geldt niet alleen voor nieuw gedolven munten maar net zo goed voor oude op de plank liggende munten die door de eigenaar opnieuw in omloop worden gebracht.
De Verkeersvergelijking van Fisher leert ons dat inflatie niet alleen wordt bepaald door de totale geldhoeveelheid maar ook door de gemiddelde omloopsnelheid. En hoewel de geldhoeveelheid vastligt, heeft Satoshi een sterk motief om de omloopsnelheid een enorme dreun te geven, hetzij met één grote klap hetzij geleidelijk. Een door Satoshi uitgegeven Bitcoin zal bij de nieuwe eigenaar immers minder lang op de plank blijven liggen.
Onder de kop "Satoshi’s fortuin" gaat de redenering economisch de mist in. Een van de grote genoemde voordelen van Bitcoin is dat de inflatie wiskundig vastligt in het algoritme en dat er dus geen centrale autoriteit is die je geld kan devalueren voor eigen politiek gewin (of, daaraan gerelateerd, spaargeld kan afromen om banken te redden).
Satoshi is echter de facto de centrale autoriteit, simpelweg op basis van marktmacht. Om Satoshi's fortuin te incasseren, zal hij zijn enorme hoeveelheid geld in omloop moeten brengen, d.w.z. iets kopen, hetzij andere valuta hetzij goederen. Waarschijnlijk lukt dat inderdaad maar deels, doordat de prijzen uitgedrukt in Bitcoins zullen exploderen. Dit is net zo goed van toepassing als hij goederen koopt, zoals de auteur voorstelt. In alle gevallen versterkt elke nieuw in omloop gebrachte Bitcoin de inflatie; dit geldt niet alleen voor nieuw gedolven munten maar net zo goed voor oude op de plank liggende munten die door de eigenaar opnieuw in omloop worden gebracht.
De Verkeersvergelijking van Fisher leert ons dat inflatie niet alleen wordt bepaald door de totale geldhoeveelheid maar ook door de gemiddelde omloopsnelheid. En hoewel de geldhoeveelheid vastligt, heeft Satoshi een sterk motief om de omloopsnelheid een enorme dreun te geven, hetzij met één grote klap hetzij geleidelijk. Een door Satoshi uitgegeven Bitcoin zal bij de nieuwe eigenaar immers minder lang op de plank blijven liggen.