De kwestie rond het gebruik van drugs en andere genotsmiddelen is erg lastig met betrekking tot verbod en criminalisering. Het recht op zelfbeschikkingsrecht is mooi en moet ook zeker gerespecteerd worden, maar als zelfbeschikking mede inhoudt dat iemand zichzelf de vernieling in helpt, zijn er regels nodig om dat tegen te gaan. In zekere zin is het juist dat drugs een aparte positie genieten in het rijtje genotsmiddelen waarvan overmatig gebruik je gezondheid snel of langzamerhand schaden. Witte suiker bijvoorbeeld is funest voor je gebit en speelt naast vet een grote rol in obesitas. Toch wordt witte suiker onbeperkt toegevoegd aan allerlei levensmiddelen en in een hoeveelheid die veel hoger is dan nodig om iets op smaak te brengen. Omdat er geen verbod op het gebruik van witte suiker rust, is het mogelijk om de kleinste kinderen ongestraft vol te kunnen stoppen met snoep met alle kwalijke gevolgen van dien. Dit geldt voor meerdere dingen zoals fastfood en zoute producten. Op het gebruik van alcohol en tabak rusten leeftijdsregels en beperking van de locaties waar deze middelen gebruikt kunnen worden. Verder geldt echter dat iedereen hiervan zoveel mogelijk mag gebruiken als ze willen. Als sinds jaren is bekend dat vooral met tabak wordt geknoeid om het verslavender te maken. Dit wordt nog steeds toegelaten door de overheden van allerlei landen terwijl aan de andere kant met regels campagnes het roken wordt ontmoedigd. Hoewel sinds de laatste jaren bepaalde kabinetten de campagnes hebben verminderd.
Als het legaliseren van cannabis inhoudt dat we op dezelfde voet doorgaan met het spul wat nu op de markt te koop is, en dan zonder enige beperking, denk ik dat dit voor veel maatschappelijke problemen kan zorgen. In de afgelopen decennia is door ingenieuze veredeling, het percentage van het voor de doorsnee cannabisroker belangrijkste werkzame bestanddeel van cannabis, de THC, drastisch toegenomen. Schommelden de THC waarden van de sterkere soorten (uit de (sub)tropen) in de jaren ’70 rond de 3 à 4%, nu is het niet vreemd als er wietsoorten verkocht worden van 15 à 20%. Vaak is waargenomen dat zaad van sterke (sub)tropische planten die in Nederland (en andere koele landen) wordt gekweekt na enkele generaties leidt tot minder sterke wiet met meer vezels. Het biologisch mechanisme hieromtrent is nog niet opgehelderd en de kracht van Nederlandse wiet wordt voornamelijk gehandhaafd door het maken van klonen van eerste generatie wietplanten. Klonen zijn een exacte kopie van de ouderplanten en zo blijft de sterkte van de planten gehandhaafd.
Het aantal meldingen van problemen door het gebruik van cannabis is toegenomen. Ook het aantal jongeren en kinderen dat cannabis gebruikt in een wijze die problematisch is te noemen, is toegenomen, met schooluitval en sociale problemen tot gevolg. Een ander (normaliter tweede in percentage) bestanddeel van cannabis CBD is in veel Nederlandse soorten sterk teruggedrongen tot een zeer laag percentage. CBD heeft een meer zware loommakende werking in tegenstelling tot het ‘high’ van THC. Het was in wetenschappelijk onderzoek al aangetoond dat THC psychoses kunnen stimuleren en veroorzaken, maar recenter is aangetoond dat CBD de psychotische werking van THC enigszins neutraliseert. Niet voor niets reageerde kort geleden het Trimbos instituut op een plan in het kabinet om importhash te verbieden door de criminaliteit die er omheen hangt. Buitenlandse hash(- en wiet)soorten hebben namelijk nog een aardige percentage CBD terwijl dat in Nederlandse cannabis er bijna helemaal is uitgekweekt.
Jarenlang hebben mensen elkaar nagepraat dat hash en wiet een ‘softdrug’ is omdat het niet lichamelijk verslavend is maar alleen geestelijk verslavend. Wat ‘geestelijk’ dan wel mocht inhouden werd er dan meestal niet bij verteld omdat ze het zelf eigenlijk ook niet wisten. Als geestelijk betekent dat het alleen betrekking heeft tot het hoofd, dan realiseren deze mensen niet dat het hoofd een deel van het lichaam is. Wiet en hash is wel degelijk verslavend; regelmatig is te lezen dat mensen niet meer kunnen stoppen met blowen en zich aanmelden bij een verslavingskliniek. Gelukkig kan dat tegenwoordig. Nog niet zo heel lang geleden werd er nogal lacherig gedaan over verslaving aan cannabis. Tot zijn schaamte moet de schrijver van dit stuk erkennen dat hij er op een gegeven moment ook niet meer mee kon stoppen en gelukkig met veel moeite op eigen houtje heeft kunnen stoppen.
Toch zijn er bijzonderheden met de cannabisplant die mij doen vermoeden dat het mogelijk is om niet verslavende planten te hebben. Wat nog niet is onderzocht, maar wat ik wel vermoed, is dat de kweek van het zogenaamde ‘sinsemilla’ ook een factor is in het niet kunnen stoppen met (hoofdzakelijk) wiet. Cannabis is een bijzondere plant omat het meestal mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten heeft. Sinsemilla, wat betekent ‘zonder zaad’, houdt in dat bij het kweken van cannabis mannelijke planten verwijderd worden voordat ze bloeien. Hierdoor worden de vrouwelijke planten niet bevrucht, waardoor de verwerking van het product eenvoudiger is. Bovendien wordt de opbrengst groter in bloesemgewicht omdat de cannabis geen zaden bevat. Enkele malen heb ik geëxperimenteerd met eigenteelt met planten met lage tot gemiddelde THC waarden, waarbij ik de mannelijke planten liet staan en waardoor de vrouwelijke planten gewoon bevrucht werden en zaad zetten. Bij het roken van deze planten merkte ik dat de drang om een volgende keer sterk verminderde. Na verloop van tijd was het vaak zo dat ik de veelal kleine voorraden grotendeels weggooide omdat ze oud zouden worden en er toch weer nieuwe planten opgroeiden in het lopende jaar.
Mijn voorstellen omtrent cannabis zijn dan ook dat er niet een algeheel verbod op het telen en het gebruiken van cannabis moet komen, maar wel dat er regels ontwikkeld moeten worden om de kracht van de plant binnen de perken te houden. Deze luiden als volgt:
- Een verbod op het gebruiken van de ‘sinsemilla’ kweekwijze. Door het laten staan van de mannelijke planten worden de vrouwelijke planten bevrucht en zullen ze niet zulke sterke cannabis produceren;
- een verbod om cannabis zodanig te veredelen dat het percentage THC boven de 3, 4 à 5% uitkomt;
- een verbod op het maken van klonen (en ‘feminized’ zaad, waarbij door selectie alleen zaad wordt gekweekt die vrouwelijke planten produceren), alleen kweken met zaad toestaan;
- een verbod op het importeren van hash en wiet uit andere landen die op bovenstaande wijze zijn gekweekt en/of bovenstaande eigenschappen hebben, en;
- eventueel een algeheel verbod op het importeren van hash en wiet.
In deze situatie is een verbod zoals bedoeld is het laatste punt wel enigszins op zijn plaats. Als voldaan is aan de eerste vier voorwaarden zal namelijk, in tegenstelling tot de situatie rond het genoemde voorstel van het kabinet, de Nederlandse cannabis een plant zijn met een lager THC percentage van rond de 1 à 2% en waarschijnlijk een soortgelijk CBD percentage. Zo zullen we weer terugkeren tot die lichte plant die bezongen werd door Doe Maar.
De kwestie rond het gebruik van drugs en andere genotsmiddelen is erg lastig met betrekking tot verbod en criminalisering. Het recht op zelfbeschikkingsrecht is mooi en moet ook zeker gerespecteerd worden, maar als zelfbeschikking mede inhoudt dat iemand zichzelf de vernieling in helpt, zijn er regels nodig om dat tegen te gaan. In zekere zin is het juist dat drugs een aparte positie genieten in het rijtje genotsmiddelen waarvan overmatig gebruik je gezondheid snel of langzamerhand schaden. Witte suiker bijvoorbeeld is funest voor je gebit en speelt naast vet een grote rol in obesitas. Toch wordt witte suiker onbeperkt toegevoegd aan allerlei levensmiddelen en in een hoeveelheid die veel hoger is dan nodig om iets op smaak te brengen. Omdat er geen verbod op het gebruik van witte suiker rust, is het mogelijk om de kleinste kinderen ongestraft vol te kunnen stoppen met snoep met alle kwalijke gevolgen van dien. Dit geldt voor meerdere dingen zoals fastfood en zoute producten. Op het gebruik van alcohol en tabak rusten leeftijdsregels en beperking van de locaties waar deze middelen gebruikt kunnen worden. Verder geldt echter dat iedereen hiervan zoveel mogelijk mag gebruiken als ze willen. Als sinds jaren is bekend dat vooral met tabak wordt geknoeid om het verslavender te maken. Dit wordt nog steeds toegelaten door de overheden van allerlei landen terwijl aan de andere kant met regels campagnes het roken wordt ontmoedigd. Hoewel sinds de laatste jaren bepaalde kabinetten de campagnes hebben verminderd.
Als het legaliseren van cannabis inhoudt dat we op dezelfde voet doorgaan met het spul wat nu op de markt te koop is, en dan zonder enige beperking, denk ik dat dit voor veel maatschappelijke problemen kan zorgen. In de afgelopen decennia is door ingenieuze veredeling, het percentage van het voor de doorsnee cannabisroker belangrijkste werkzame bestanddeel van cannabis, de THC, drastisch toegenomen. Schommelden de THC waarden van de sterkere soorten (uit de (sub)tropen) in de jaren ’70 rond de 3 à 4%, nu is het niet vreemd als er wietsoorten verkocht worden van 15 à 20%. Vaak is waargenomen dat zaad van sterke (sub)tropische planten die in Nederland (en andere koele landen) wordt gekweekt na enkele generaties leidt tot minder sterke wiet met meer vezels. Het biologisch mechanisme hieromtrent is nog niet opgehelderd en de kracht van Nederlandse wiet wordt voornamelijk gehandhaafd door het maken van klonen van eerste generatie wietplanten. Klonen zijn een exacte kopie van de ouderplanten en zo blijft de sterkte van de planten gehandhaafd.
Het aantal meldingen van problemen door het gebruik van cannabis is toegenomen. Ook het aantal jongeren en kinderen dat cannabis gebruikt in een wijze die problematisch is te noemen, is toegenomen, met schooluitval en sociale problemen tot gevolg. Een ander (normaliter tweede in percentage) bestanddeel van cannabis CBD is in veel Nederlandse soorten sterk teruggedrongen tot een zeer laag percentage. CBD heeft een meer zware loommakende werking in tegenstelling tot het ‘high’ van THC. Het was in wetenschappelijk onderzoek al aangetoond dat THC psychoses kunnen stimuleren en veroorzaken, maar recenter is aangetoond dat CBD de psychotische werking van THC enigszins neutraliseert. Niet voor niets reageerde kort geleden het Trimbos instituut op een plan in het kabinet om importhash te verbieden door de criminaliteit die er omheen hangt. Buitenlandse hash(- en wiet)soorten hebben namelijk nog een aardige percentage CBD terwijl dat in Nederlandse cannabis er bijna helemaal is uitgekweekt.
Jarenlang hebben mensen elkaar nagepraat dat hash en wiet een ‘softdrug’ is omdat het niet lichamelijk verslavend is maar alleen geestelijk verslavend. Wat ‘geestelijk’ dan wel mocht inhouden werd er dan meestal niet bij verteld omdat ze het zelf eigenlijk ook niet wisten. Als geestelijk betekent dat het alleen betrekking heeft tot het hoofd, dan realiseren deze mensen niet dat het hoofd een deel van het lichaam is. Wiet en hash is wel degelijk verslavend; regelmatig is te lezen dat mensen niet meer kunnen stoppen met blowen en zich aanmelden bij een verslavingskliniek. Gelukkig kan dat tegenwoordig. Nog niet zo heel lang geleden werd er nogal lacherig gedaan over verslaving aan cannabis. Tot zijn schaamte moet de schrijver van dit stuk erkennen dat hij er op een gegeven moment ook niet meer mee kon stoppen en gelukkig met veel moeite op eigen houtje heeft kunnen stoppen.
Toch zijn er bijzonderheden met de cannabisplant die mij doen vermoeden dat het mogelijk is om niet verslavende planten te hebben. Wat nog niet is onderzocht, maar wat ik wel vermoed, is dat de kweek van het zogenaamde ‘sinsemilla’ ook een factor is in het niet kunnen stoppen met (hoofdzakelijk) wiet. Cannabis is een bijzondere plant omat het meestal mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten heeft. Sinsemilla, wat betekent ‘zonder zaad’, houdt in dat bij het kweken van cannabis mannelijke planten verwijderd worden voordat ze bloeien. Hierdoor worden de vrouwelijke planten niet bevrucht, waardoor de verwerking van het product eenvoudiger is. Bovendien wordt de opbrengst groter in bloesemgewicht omdat de cannabis geen zaden bevat. Enkele malen heb ik geëxperimenteerd met eigenteelt met planten met lage tot gemiddelde THC waarden, waarbij ik de mannelijke planten liet staan en waardoor de vrouwelijke planten gewoon bevrucht werden en zaad zetten. Bij het roken van deze planten merkte ik dat de drang om een volgende keer sterk verminderde. Na verloop van tijd was het vaak zo dat ik de veelal kleine voorraden grotendeels weggooide omdat ze oud zouden worden en er toch weer nieuwe planten opgroeiden in het lopende jaar.
Mijn voorstellen omtrent cannabis zijn dan ook dat er niet een algeheel verbod op het telen en het gebruiken van cannabis moet komen, maar wel dat er regels ontwikkeld moeten worden om de kracht van de plant binnen de perken te houden. Deze luiden als volgt:
- Een verbod op het gebruiken van de ‘sinsemilla’ kweekwijze. Door het laten staan van de mannelijke planten worden de vrouwelijke planten bevrucht en zullen ze niet zulke sterke cannabis produceren;
- een verbod om cannabis zodanig te veredelen dat het percentage THC boven de 3, 4 à 5% uitkomt;
- een verbod op het maken van klonen (en ‘feminized’ zaad, waarbij door selectie alleen zaad wordt gekweekt die vrouwelijke planten produceren), alleen kweken met zaad toestaan;
- een verbod op het importeren van hash en wiet uit andere landen die op bovenstaande wijze zijn gekweekt en/of bovenstaande eigenschappen hebben, en;
- eventueel een algeheel verbod op het importeren van hash en wiet.
In deze situatie is een verbod zoals bedoeld is het laatste punt wel enigszins op zijn plaats. Als voldaan is aan de eerste vier voorwaarden zal namelijk, in tegenstelling tot de situatie rond het genoemde voorstel van het kabinet, de Nederlandse cannabis een plant zijn met een lager THC percentage van rond de 1 à 2% en waarschijnlijk een soortgelijk CBD percentage. Zo zullen we weer terugkeren tot die lichte plant die bezongen werd door Doe Maar.