Decryptiebevel:
Het verplicht meewerken aan je eigen veroordeling op een manier die ook mogelijk zou zijn zonder je medewerking, druist in tegen de aard van ons rechtssysteem. Decryptie is immers enkel tijdrovend en er kan dus niet dezelfde verplichting hebben als bijvoorbeeld een dna-test of blaastest. Deze testen kunnen niet worden afgelegd zonder medewerking van een verdachte en zijn dus terecht verplicht. Niet vergetend dat mocht een verdachte zijn wachtwoord kwijt raken, dit kan worden gezien als moedwillig bewijs achterhouden. Er ontstaat een situatie waarin heel Nederland al zijn wachtwoorden op alles wat hij ooit heeft versleuteld zal moeten onthouden, of het risico lopen dat dit gebrek aan kennis extra tijd bij zijn mogelijke veroordeling optelt.
Toevoeging: Er zijn op dit moment al mogelijkheden om encryptie toe te passen op zo’n manier dat het zonder het juiste wachtwoord onmogelijk is om überhaupt te bewijzen dat er een verborgen versleuteld bestand is. De data lijkt op willekeurige ruis overgebleven van bestanden en programma’s. Ook is het mogelijk om bestanden met twee wachtwoorden te versleutelen, één wachtwoord opent de verborgen informatie waar de politie naar op zoek is en de ander opent wat simpele bestanden, enkel om te bewijzen dat het juiste wachtwoord is gegeven. Hierin is het dus nog steeds onmogelijk om iemand te veroordelen, zelfs al is het strafbaar om je wachtwoord niet te geven. Er kan immers geen onderscheid gemaakt worden tussen het juiste wachtwoord en het ‘neppe’ wachtwoord. Deze technieken zijn al bekend onder criminelen en worden veelvuldig gebruikt. Als de beoogde doelen van een maatregel al zo zijn weerlegd door de realiteit van de dag dan vervalt ook het nut van de maatregel.
Terughacken:
Bij het terughacken zijn in mijn ogen meerdere complicaties.Ten eerste: uit de ruime omschrijving van het wetsvoorstel blijkt dat de politie het recht zou krijgen om ook niet persoonlijke systemen te hacken. Wanneer een verdachte een cloudopslagdienst gebruikt, is het dus wettelijk mogelijk om alle opgeslagen data van die cloudopslag te gebruiken in het onderzoek. Hiermee wordt echter een onnodig groot deel van de ‘internetbevolking’ getroffen.
Ten tweede zouden alle hackpogingen en daarmee verkregen informatie bekend moeten worden gemaakt aan de verdachte tijdens zijn proces of nadat zijn verdenking vervalt. Er is dan immers geen reden meer om de praktijken geheim te houden en in een strafzaak is het van belang dat de verdediging gebruik kan maken van alle beschikbare informatie, informatie die mogelijk juist vóór de verdachte pleit.
Ten derde: er zijn geen grenzen gesteld aan de bevoegdheid van het terughacken en dit zou dus wereldwijd kunnen gebeuren. Wanneer de Nederlandse politie inbreekt op bijvoorbeeld de servers van een ander land omdat er mogelijk één gebruiker is met criminele activiteiten op die servers, zal dit uiteindelijk leiden tot conflicten met de wetten in die landen en de voorgenomen soevereiniteit van ieder land. De mogelijke nadelen van deze maatregel worden onvoldoende belicht door de minister en zouden kunnen leiden tot een hoop problemen op zowel diplomatiek als economisch vlak.
Algemeen:
In deze wet wordt opnieuw gebruik gemaakt van de angsten van de Nederlandse bevolking. Bij de melding van terrorisme en kinderporno kan immers niemand bezwaar maken. Toch blijkt dat ondanks de bevoegdheden die de politie bij deze wet zou ontvangen, er toch succesvol kan worden opgetreden tegen deze vormen van criminaliteit. Bewijs hiervan is het gebrek aan terroristische aanslagen in Nederland en de recente aanhoudingen van pedofielen. Wat we in werkelijkheid zullen zien bij deze bevoegdheden is dat de situaties waarin ze gebruikt worden, steeds ruimer zijn. Immers valt een hoop misdaad te scharen onder terrorisme. Volgens Van Dale is terrorisme “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur”. Hieruit blijkt de mogelijkheid tot misbruik al, het kan immers worden bepleit dat iedere vorm van criminaliteit de regering of bevolking onder druk zet.
Afsluitend wil ik erop wijzen dat enige terughoudendheid van de overheid naar dit soort privacy- en rechten inperkende maatregelen gepast zou zijn. Sinds 2001 zijn de mogelijkheden van opsporingsdiensten al veelvuldig vergroot en de effectiviteit hiervan staat niet vast. In plaats van de effectiviteit van de bestaande maatregelen te toetsen tegen hun privacy vermindering wordt er simpelweg geroepen om meer mogelijkheden. Het is echter simpel om de politie extra rechten te geven maar moeilijk om ze weer af te nemen. Dit zou ook moeten blijken in het besluit proces door achterdochtig te staan tegenover elke vorm van uitbreiding van de middelen van de politie waarvan de voordelen twijfelachtig zijn en de impact op de bevolking en rechtsstaat groot.
Hierbij mijn reactie, geordend op maatregelen:
Decryptiebevel:
Het verplicht meewerken aan je eigen veroordeling op een manier die ook mogelijk zou zijn zonder je medewerking, druist in tegen de aard van ons rechtssysteem. Decryptie is immers enkel tijdrovend en er kan dus niet dezelfde verplichting hebben als bijvoorbeeld een dna-test of blaastest. Deze testen kunnen niet worden afgelegd zonder medewerking van een verdachte en zijn dus terecht verplicht. Niet vergetend dat mocht een verdachte zijn wachtwoord kwijt raken, dit kan worden gezien als moedwillig bewijs achterhouden. Er ontstaat een situatie waarin heel Nederland al zijn wachtwoorden op alles wat hij ooit heeft versleuteld zal moeten onthouden, of het risico lopen dat dit gebrek aan kennis extra tijd bij zijn mogelijke veroordeling optelt.
Toevoeging: Er zijn op dit moment al mogelijkheden om encryptie toe te passen op zo’n manier dat het zonder het juiste wachtwoord onmogelijk is om überhaupt te bewijzen dat er een verborgen versleuteld bestand is. De data lijkt op willekeurige ruis overgebleven van bestanden en programma’s. Ook is het mogelijk om bestanden met twee wachtwoorden te versleutelen, één wachtwoord opent de verborgen informatie waar de politie naar op zoek is en de ander opent wat simpele bestanden, enkel om te bewijzen dat het juiste wachtwoord is gegeven. Hierin is het dus nog steeds onmogelijk om iemand te veroordelen, zelfs al is het strafbaar om je wachtwoord niet te geven. Er kan immers geen onderscheid gemaakt worden tussen het juiste wachtwoord en het ‘neppe’ wachtwoord. Deze technieken zijn al bekend onder criminelen en worden veelvuldig gebruikt. Als de beoogde doelen van een maatregel al zo zijn weerlegd door de realiteit van de dag dan vervalt ook het nut van de maatregel.
Terughacken:
Bij het terughacken zijn in mijn ogen meerdere complicaties.Ten eerste: uit de ruime omschrijving van het wetsvoorstel blijkt dat de politie het recht zou krijgen om ook niet persoonlijke systemen te hacken. Wanneer een verdachte een cloudopslagdienst gebruikt, is het dus wettelijk mogelijk om alle opgeslagen data van die cloudopslag te gebruiken in het onderzoek. Hiermee wordt echter een onnodig groot deel van de ‘internetbevolking’ getroffen.
Ten tweede zouden alle hackpogingen en daarmee verkregen informatie bekend moeten worden gemaakt aan de verdachte tijdens zijn proces of nadat zijn verdenking vervalt. Er is dan immers geen reden meer om de praktijken geheim te houden en in een strafzaak is het van belang dat de verdediging gebruik kan maken van alle beschikbare informatie, informatie die mogelijk juist vóór de verdachte pleit.
Ten derde: er zijn geen grenzen gesteld aan de bevoegdheid van het terughacken en dit zou dus wereldwijd kunnen gebeuren. Wanneer de Nederlandse politie inbreekt op bijvoorbeeld de servers van een ander land omdat er mogelijk één gebruiker is met criminele activiteiten op die servers, zal dit uiteindelijk leiden tot conflicten met de wetten in die landen en de voorgenomen soevereiniteit van ieder land. De mogelijke nadelen van deze maatregel worden onvoldoende belicht door de minister en zouden kunnen leiden tot een hoop problemen op zowel diplomatiek als economisch vlak.
Algemeen:
In deze wet wordt opnieuw gebruik gemaakt van de angsten van de Nederlandse bevolking. Bij de melding van terrorisme en kinderporno kan immers niemand bezwaar maken. Toch blijkt dat ondanks de bevoegdheden die de politie bij deze wet zou ontvangen, er toch succesvol kan worden opgetreden tegen deze vormen van criminaliteit. Bewijs hiervan is het gebrek aan terroristische aanslagen in Nederland en de recente aanhoudingen van pedofielen. Wat we in werkelijkheid zullen zien bij deze bevoegdheden is dat de situaties waarin ze gebruikt worden, steeds ruimer zijn. Immers valt een hoop misdaad te scharen onder terrorisme. Volgens Van Dale is terrorisme “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur”. Hieruit blijkt de mogelijkheid tot misbruik al, het kan immers worden bepleit dat iedere vorm van criminaliteit de regering of bevolking onder druk zet.
Afsluitend wil ik erop wijzen dat enige terughoudendheid van de overheid naar dit soort privacy- en rechten inperkende maatregelen gepast zou zijn. Sinds 2001 zijn de mogelijkheden van opsporingsdiensten al veelvuldig vergroot en de effectiviteit hiervan staat niet vast. In plaats van de effectiviteit van de bestaande maatregelen te toetsen tegen hun privacy vermindering wordt er simpelweg geroepen om meer mogelijkheden. Het is echter simpel om de politie extra rechten te geven maar moeilijk om ze weer af te nemen. Dit zou ook moeten blijken in het besluit proces door achterdochtig te staan tegenover elke vorm van uitbreiding van de middelen van de politie waarvan de voordelen twijfelachtig zijn en de impact op de bevolking en rechtsstaat groot.